op naar bouwmarkt, St Johann en Salzburg

Mijn man is een handige Henkie, altijd bezig. Hij moet – ook op vakantie – altijd even langs de bouwmarkt voor het een of het ander. Tja, ieder diertje zijn pleziertje …. ik mocht mee maar gelukkig bezochten we aansluitend ook nog even het stadje, St Johann in Tirol.

Een paar dagen later had hij ook nog iets van een elektronicazaak nodig, en die ligt wat verder weg, in Salzburg. Dus op naar Salzburg.

Op weg naar het oude stadscentrum liepen we door de mooie Mirabellgarten bij het Mirabellschloß. Van daar heb je een geweldige doorkijk naar ‘die Festung’, de grote burcht van Salzburg.

De prachtige tuin stond zo ongeveer vol met poortwachters trouwens ….

We hadden niet al te veel tijd dankzij het bezoek aan de electronicazaak en lieten het Schloß daarom links liggen. De zogenaamde ‘Zwergelgarten’ oftewel tuin met kleine mensen was gesloten en die lieten we maar rechts liggen.

We liepen in het centrum over een heel oude ommuurde begraafplaats, de begraafplaats van St Sebastianus. Heel apart om zo langs eeuwenoude graven te lopen.

Op het kleine plein naast de kerk nuttigden we een lekkere lunch

en ontliepen vervolgens heel slim de toeristenmassa

en maakten nog een paar foto’s voor een blogcollega

Het was een vermoeiende maar mooie dag

Wenen

Ik kom vaak in Oostenrijk maar was nog nooit in Wenen. Dat werd hoog tijd en dus besloten we om fijn met de trein een paar dagen deze mooie hoofdstad te bezoeken. Uitgerekend deze door ons uitgezochte dagen was het bloedheet in de stad, met als hoogtepunt 34 graden op de zondag. Nou ja, dat mocht de pret niet drukken, uiteindelijk waren we al heel wat gewend dankzij de bloedhete dagen in het begin van de zomer …..

We parkeerden de auto bij de Hauptbahnhof in Salzburg en namen van daaruit de trein – de Westbahn – naar de Westbahnhof van Wenen, een rit van nog geen tweeënhalf uur. Van daaruit was het 5 minuten met de tram naar ons hotel, en ook 5 minuten naar de eerste bezienswaardigheid: Schloss(park) Schönbrunn. We hebben alleen de tuin plus park bezocht: prachtig en overdadig met overal beelden (poortwachters te over …), vijvers, fonteinen, bloemenborders, bijgebouwen, serres.

We wilden het reuzenrad in het Prater zien. Oké, hebben we gezien en gefotografeerd en toen snel rechtsomkeer gemaakt want dat park met z’n attracties is echt niks voor ons ….

We legden heel wat kilometers te voet af in de binnenstad met al zijn pracht en praal. Achteraf gezien hadden we beter met een gids de stad kunnen bezoeken of op zijn minst van te voren een boek(je) over de stad bestudeerd want er was zo enorm veel te zien waar we eigenlijk gewoon langs zijn gelopen. Volgende keer dan ….. want we hebben met elkaar afgesproken om nog eens terug te gaan, en dan beter voorbereid.

We maakten ook veel gebruikt van metro, bus en tram.

Tuurlijk bezochten we de Stephansdom, maar ook hier bleven we buiten: (te) veel toeristen.

Grappig genoeg zagen we een aantal vestigingen van de HEMA in de stad en net als Bertie dat deed plaats ik hier ook een foto #trotsop

Iets verder weg van ons hotel lag nog een paleis, Schloss Belvedere met ook hier weer een prachtige tuin

Overal in de stad kleurrijke borders om bijen te plezieren

Café Sacher, wereldberoemd. Ik ben geen zoetekauw, moet ook nog eens glutenvrij eten en dus trekt een bezoek aan zulk een plek mij helemaal niet.

Liever zaten we rustig op een bankje in de schaduw, hier in de Burggarten, met een flesje water 🙂

img_5463

Na drie dagen Wenen was het hoog tijd om weer terug te gaan naar onze stek in de bergen. Na drie dagen zon en hitte is het nu regen en maar 12 graden …..

 

Andermaal

reden we naar Oostenrijk. Het was enorm druk onderweg, maar dat is vrij normaal voor een vrijdagmiddag in het hoogseizoen. We volgden vanaf Frankfurt niet de geijkte weg maar een alternatief dat werd aanbevolen door het navigatiesysteem. Zonder dat zou ik uitkomen in Timboektoe …..

Stiekem had ik gedacht dat we daardoor Ton en Rick ergens konden treffen maar helaas strooiden nòg een lange file en zelfs een compleet afgesloten autosnelweg roet in het eten. Dankzij de hulp van een aardige ADAC meneer op een parkeerplaats langs de autosnelweg konden wij onze weg door dorpjes vervolgen zonder aan te moeten sluiten in een lange, lange rij auto’s.

Enfin. Uiteindelijk kwamen we daar aan waar we graag zijn.

De eerste dagen staan altijd in het teken van uitrusten en een stukje wandelen. Ik moet iedere keer even aarden. Rustigjes aan doen en dus niet te voet maar met de lift omhoog de bergen in.

De eerste voorbode van de aanstaande herfst?

Nog even niet als het aan mij ligt ….

Een nichtje, net terug van een lange reis, vertelde me over haar ervaring met bedbugs oftewel bedwantsen. Yuk. Ik kreeg er jeuk van en besloot alle beddengoed, inclusief kussens, op zestig graden te wassen.

Gelukkig word ik erg blij van was aan de lijn ….

schone schijn

Het is echt niet alleen maar mooi en groen en prachtig in toeristisch Oostenrijk. Ook daar is vooruitgang en industrie en dus ook (horizon)vervuiling en zo meer. Aldus besloot ik om eens niet alleen maar de mooie plaatjes te laten zien

In de bergen bij Hochfilzen (Tirol) ligt een mijn waar magnesiet wordt gewonnen. Als ik goed ben ingelicht wordt dit met name gebruikt voor de coating van (industriële) ovens. Enfin, bovenstaande fabriek, waar de magnesiet per kabelbaantje heen wordt vervoerd, verwerkt dit spul 24/7.

Een stukje verder ligt een betongroeve

Ik bedoel maar …..

nog een fietstochtje

Een tweede fietstocht volgde. Het was inmiddels erg warm daar in Oostenrijk. Eindelijk zomer, eindelijk terrasjesweer, eindelijk buiten eten.

We besloten dit fietsuitstapje te maken vanuit Oostenrijk naar Duitsland, parkeerden de auto net buiten Weißbach en fietsten een prachtige maar ook erg steile route (niet toegankelijk voor auto’s, alleen voor de speciale pendelbus).

Gasthof Hirschbichl, een historische plek, daar hielden we een (plas)pauze alvorens de grens te passeren en het machtig mooie Nationalpark Berchtesgaden te doorkruisen.

met flinke snelheid de berg af ……

Ons einddoel deze dag was wederom een meer, de Hintersee

We lunchten er en fietsten dezelfde weg weer terug

en zagen dat we nog 3,2 km moesten tot aan de grens. Flink klimmen, nu vanuit Duitse kant. Zonder e-fiets zou ik zo’n route echt nooit nooit nooit gefietst hebben, pfff.